Page 9 - mijncité
P. 9

o de uitbatingszetels van de mijnen probeerden met paleisachtige praal het loodzware en vuile werk boven en onder de grond te verdoezelen. de ambities waren in die tijd nog onbegrensd.
van succEsvErhaaL tot koLEncrisis
in de loop van de jaren twintig steeg de productie gestaag, maar de geschatte productie van elf miljoen ton steenkool werd nooit gehaald. toen de mijnen goed op dreef kwamen, brak de crisis van de jaren ’30 uit. Vanaf 1935 verbeterde de situatie en werd de productie opgedreven tot 7,2 miljoen ton. en dan breekt de tweede wereldoorlog uit.
tijdens de bezetting namen de duitsers de supervisie van de kolenproductie over. de geschoolde buitenlandse werk- nemers vluchtten het land uit, en werden vervangen door ongeschoolde vrijwilligers en krijgsgevangenen. dit had uiteraard zijn weerslag op de e ciëntie en de productie, en de lang verwachte bloei liet eens te meer op zich wachten. na de bevrijding nam de Belgische staat de kolenpolitiek over. de steenkoolindustrie moest de motor worden van de heropleving van de ineengestorte economie.
de regering zette een indrukwekkende propagandacam- pagne op om terug voldoende arbeiders naar de mijnen te krijgen, met lokmiddelen als loonsverhogingen, een sociaal zekerheidsstelsel en een verbeterd mijnwerkersstatuut. dat lukte niet helemaal. er volgen maatregelen als burgerlijke mobilisatie van ex-mijnwerkers, en het tijdelijk gedwongen tewerkstellen van 15 000 duitse krijgsgevangen en 3000 collaborateurs.
Met het door de oorlog ontwrichte italië werd een akkoord afgesloten: gedurende de volgende 10 jaar zouden 70
000 werkloze italianen kunnen emigreren om te werken
in de mijnen. 28 000 van hen kwamen in Limburg terecht. dit aantal werd nog aangevuld door 7100 Oost-europese vluchtelingen. na korte tijd werd de vooroorlogse productie
geëvenaard, om tot een topproductie te groeien begin jaren ’50. De kolenslag was gewonnen.
Maar de toekomst oogde somber. Men kreeg concurrentie van goedkope steenkool uit Oost-europa en de Verenigde staten. Ook werden enorme voorraden gas en olie ontdekt.
hEt bEgin van hEt EinDE
in 1958 werd de internationale kolencrisis een feit. Op last van de europese Gemeenschap voor Kolen en staal (eGKs) moest de verlieslatende ontginning worden afgeremd. de Belgische steenkoolindustrie moest met één derde krimpen.
in 1967 fuseerden alle zetels van het Kempens bekken tot de nv Kempense steenkoolmijnen, de Ks. deze fusie moest het gemakkelijker maken de industrie af te bouwen en de sluiting van een aantal mijnzetels sociaal en economisch op te vangen. Toch moesten er zelfs tot in de jaren ’80 grote groepen gastarbeiders, voornamelijk uit turkije en Marokko worden aangetrokken. de Belgen waren niet langer bereid tot het zware werk in de ondergrond.
de exploitatieverliezen stegen jaar na jaar. de Belgische schatkist paste de miljardenverliezen bij, maar dat werd met de crisis steeds zwaarder om dragen. de mijn van Zwartberg moest er als de eerste Kempense vestiging aan geloven, samen met vijf waalse mijnen. dat was op 1 okto- ber 1966. Het werd een periode van sociale onrust, stakin- gen en betogingen. Hoewel de regering er aanvankelijk van overtuigd was dat er een beperkte strategische productie moest behouden worden, gingen vanaf september 1987 de overige vestigingen op twee jaar tijd één na één dicht. de mijn van Zolder volgde als laatste in 1992.
9


































































































   7   8   9   10   11